Staatssecretaris Snel beantwoordt vragen over de btw-aangifte. Hij geeft toelichting op vragen over de termijnen waarop een ondernemer uiterlijk zijn btw-aangifte moet doen, de behandeling van de verzoeken om teruggaaf en wat de sancties zijn als de ondernemer te laat is met betalen.

Na ontvangst van een verzoek om teruggaaf via de ingediende aangifte omzetbelasting heeft de inspecteur acht weken de tijd. Indien de inspecteur niet binnen deze acht weken een teruggaafbeschikking kan geven, kan belastingrente verschuldigd zijn. Na het geven van de teruggaafbeschikking heeft de ontvanger zes weken de tijd om het terug te geven bedrag uit te betalen. Als deze termijn niet worden gehaald zal invorderingsrente worden vergoed.

Aan een ondernemer die belastingplichtig is voor de omzetbelasting en niet, of niet tijdig aan zijn betalingsplicht voldoet, kan een verzuimboete van ten hoogste € 5.278 worden opgelegd. Indien een belastingplichtige ondernemer door opzet of grove schuld niet, of niet tijdig aan zijn belastingplicht heeft voldaan, kan aan hem een vergrijpboete worden opgelegd. De vergrijpboete bedraagt maximaal 100 procent van het bedrag dat door opzet of grove schuld niet of niet tijdig is betaald. De verzuim- of vergrijpboete wordt in principe gelijktijdig met de naheffingsaanslag opgelegd. De naheffingsaanslag kan tot vijf jaar na het einde van het kalenderjaar waarin de belastingschuld is ontstaan worden opgelegd.

Indien er bij een belastingplichtige onjuistheden of onvolledigheden in de gegevens of inlichtingen die van belang zijn voor de belastingheffing bekend zijn, of bekend zijn geworden, moet de belastingplichtige dit uit eigen beweging mededelen aan de inspecteur op basis van artikel 10a van de Algemene wet inzake rijksbelastingen. Voor de omzetbelasting gebeurt dit door middel van een suppletieaangifte.

Een suppletieaangifte moet worden gedaan zodra een belastingplichtige constateert dat hij een aangifte over een tijdvak in de afgelopen vijf kalenderjaren onjuist of onvolledig heeft gedaan en er hierdoor te veel of te weinig belasting is betaald. Dit moet in ieder geval gebeuren voordat de belastingplichtige weet of redelijkerwijs moet vermoeden dat de inspecteur met de onjuistheid of onvolledigheid bekend is of zal worden. Wanneer de fout per saldo minder dan € 1.000 betreft, mag dit in de eerstvolgende aangifte verwerkt worden. Een suppletieaangifte kan leiden tot een naheffingsaanslag omzetbelasting; deze moet op grond van artikel 9, tweede lid, van de Invorderingswet 1990 worden betaald binnen veertien dagen na de dagtekening van het aanslagbiljet.

 Aan een ondernemer die niet, niet geheel of niet tijdig de omzetbelasting heeft betaald, kan een naheffingsaanslag worden opgelegd. Indien de naheffingsaanslag wordt opgelegd na het einde van het kalenderjaar waarop de nageheven belasting betrekking heeft, kan er conform de wettelijke bepalingen ook belastingrente hierover in rekening gebracht worden. Als een ondernemer wel juist en volledig aangifte heeft gedaan, maar de betalingstermijn voor de naheffingsaanslag omzetbelasting overschrijdt, wordt er invorderingsrente in rekening gebracht.

Meer informatie: Antwoorden op Kamervragen btw-aangifte, 11 januari 2019

Bron: Taxence, 14 januari 2019